februari 2, 2026

Iconen aan tafel: Een reis door de designgeschiedenis

Waarom zien de stoelen eruit zoals ze eruit zien? De evolutie van het zitmeubel vertelt ons veel over hoe onze manier van leven is veranderd. Vroeger was dineren een formele aangelegenheid, waarbij men rechtop zat op stijve, houten meubels met hoge rugleuningen. Tegenwoordig is de eettafel een multifunctionele plek geworden om te loungen, werken en borrelen. Deze cultuuromslag is direct terug te zien in de ontwerpen van de afgelopen eeuw.

In dit blogartikel kijken we niet naar specifieke merken om te kopen, maar naar de grote stromingen en ontwerpers die de basis hebben gelegd voor de moderne stoelen eettafel zoals we die vandaag de dag in de winkels zien staan. Het begrijpen van deze historie helpt je om verschillende stijlen beter te herkennen en te combineren.

De revolutie van gebogen hout: De koffiehuisstoel

In de 19e eeuw vond er een revolutie plaats in de meubelindustrie dankzij de techniek van het houtbuigen met stoom. Michael Thonet was de pionier die het voor elkaar kreeg om massief beukenhout in sierlijke krullen te buigen. Dit leidde tot de wereldberoemde ‘koffiehuisstoel’. Voor die tijd waren stoelen zwaar, handgemaakt en duur. De nieuwe techniek maakte massaproductie mogelijk, waardoor design betaalbaar werd voor het grote publiek.

Deze stijl, vaak gekenmerkt door een ronde zitting van gevlochten riet en gebogen houten rugleuningen, is vandaag de dag weer helemaal terug. Het brengt een klassieke, romantische en ietwat nostalgische sfeer in huis (vaak aangeduid als ‘Bistro’ stijl). Het grote voordeel van deze ontwerpen is dat ze ontzettend licht zijn en visueel heel open, waardoor ze perfect passen in zowel klassieke herenhuizen als moderne, minimalistische keukens als contraststuk.

Mid-Century modern: De opkomst van de kuipstoel

Na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren ’50 en ’60, ontstond de stroming ‘Mid-Century Modern’. Ontwerpers zoals Charles & Ray Eames en Arne Jacobsen begonnen te experimenteren met nieuwe materialen zoals multiplex, glasvezel en plastic. Het doel was om meubels te maken die zich vormden naar het menselijk lichaam, in plaats van andersom.

Hier werd de basis gelegd voor de moderne kuipstoel. In plaats van een losse zitting en een losse rugleuning, werden deze samengesmolten tot één organische schaal. Dit bood een heel nieuw soort comfort. Deze ontwerpen zijn tijdloos gebleken; de basisvorm van de kunststof kuip op een houten of metalen onderstel is misschien wel het meest gekopieerde ontwerp ter wereld. Deze stijl past perfect in een Scandinavisch interieur en staat voor functionaliteit, eenvoud en democratisch design.

De jaren ’70 tot nu: Van ribfluweel tot bouclé

In de jaren ’70 zagen we een verschuiving naar meer expressie en comfort, met de introductie van de zwevende buisframe stoelen (oorspronkelijk uit de Bauhaus periode, maar populair gemaakt in de seventies met dikke ribstof). De focus lag op zachtheid en vering.

Als we kijken naar de huidige trends, zien we een samensmelting van al deze periodes. De aaibaarheid van stoffen als bouclé (een stof met lussen) en velvet herinnert aan de behoefte aan geborgenheid en luxe, terwijl de onderstellen vaak slank en industrieel zwart metaal zijn. We zien ook een terugkeer naar ‘chunky’ en organische vormen; stoelen die eruitzien als kleine fauteuils. Dit weerspiegelt onze huidige behoefte: de eetkamerstoel moet net zo lekker zitten als de bank, omdat we er steeds meer tijd op doorbrengen. Het is niet meer slechts een stoel om te eten, het is een stoel om te leven.